menu

Lian Smits en Tom Pietermans: “Ketenpartners moeten meer samenwerken”

Terug

Bestuurder zelfstandige stichtingen ‘Sterk Huis’ en ‘Veilig Thuis Midden-Brabant’ Lian Smits en directeur ‘Veilig Thuis Midden-Brabant’ Tom Pietermans: “Ketenpartners moeten meer samenwerken vanuit partnerschap en in een sluitende keten”
Lian Smits en Tom Pietermans zijn het erover eens: hoe het nu georganiseerd is, met dubbelingen in de keten, is vaak niet helpend voor de cliënt.

Netwerkorganisatie als stip op de horizon
Al jaren mijmert Lian erover: organisaties als Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming, de Jeugdzorg en gemeenten niet meer naast elkaar georganiseerd, maar onder één ‘paraplu’. “Een netwerkorganisatie waarvan de partijen een paar keer per jaar bij elkaar komen om te bespreken wat de aandachtspunten zijn op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling in deze regio. Niet meer denken in aparte organisaties maar in opdrachten voor trans-organisatorische teams. Met elkaar een strategische agenda maken voor de regio. Het is onmogelijk dat de organisaties onafhankelijk van elkaar goed werk doen voor een cliënt of een systeem. Ze dienen één visie en één belang te hebben. Dit zal niet binnen een paar jaar gerealiseerd zijn, maar ik hoop dat een dergelijke netwerkorganisatie op lange termijn, misschien duurt het wel zo’n vijftien jaar, toch werkelijkheid wordt.” Tom kan de denkwijze van Lian goed volgen en noemt het een mooie gedachte als stip op de horizon.

Voorkomen dat zaken worden rondgepompt
“Veilig Thuis zet al eerste stappen richting een ketensamenwerking”, vertelt Tom. Vanuit zijn functie als directeur van Veilig Thuis en zijn taak als ambassadeur “Ontschotting” bij de Regionale Taskforce Kindermishandeling heeft Tom bij de ketenpartners aandacht gevraagd voor een noodzakelijk in te zetten beweging: het verkrijgen van een beter gezamenlijk zicht op de keten, zicht op dubbelingen en inefficiëntie in de keten. Bijna alle partners (waaronder Veilig Thuis) hebben te maken met wachtlijsten en initiëren intern verbeterplannen. Tom noemt: “Hoe groter de druk, hoe meer intern gericht we lijken te acteren. We hebben minimaal tot geen zicht op de te verwachten werkstroom. We zouden nog beter en intensiever met elkaar samen moeten werken vanuit partnerschap en zorg voor een echt sluitende keten.” Lian beaamt dit en vult aan dat het nodig is gezamenlijk voor bepaalde cliëntgroepen ‘versnellers’ in te bouwen. Voorkomen moet worden dat zaken worden ‘rondgepompt’. Lian: “Het begint met bedenken hoe dit mogelijk gemaakt kan worden. En dan gewoon starten. In de praktijk laten zien dat iets goed werkt. De stap die Tom heeft genomen is een mooi begin voor het vergezicht." 

Aansluiten aan de ‘voorkant’
Tom is nog relatief nieuw in de regio, maar zag al snel dat de basishouding hier goed is: “De wil om samen te werken is er.” Lian: “Het Crisisinterventieteam Hart van Brabant is een goed voorbeeld van een trans-organisatorisch team in deze regio. Dit is een unicum in het land.” Tom vult aan: “Er loopt ook een pilot in de gemeente Hilvarenbeek waar een medewerker van Veilig Thuis een dagdeel in de week aansluit bij de diverse ketenpartners in deze gemeente. Alle partijen zijn hier erg positief over. Veilig Thuis zou in de toekomst nog meer aan de ‘voorkant’ willen aansluiten, bij wijkteams maar bijvoorbeeld ook bij scholen en consultatiebureaus en huisartsen – zeker in wijken waar bekend is dat er gemiddeld veel kwetsbare kinderen wonen. Er vroeg bij zijn, om te voorkomen dat iets uit de hand loopt".  

Minder bureaucratie
De enorme hoeveelheid werk, de steeds groeiende complexiteit van het werk, en soms ook de ongenuanceerde publieke opinie en de media die zorgorganisaties verantwoordelijk houden voor de problemen in gezinnen, baren Tom soms zorgen: “Dit heeft impact op cliënten maar ook op onze medewerkers. Om nog meer cliëntgericht te werken is vermindering van bureaucratie nodig, evenals zo weinig mogelijk overdrachten. Veilig Thuis Midden-Brabant is ISO-gecertificeerd, ik zou echter nog liever een ISO-certificering zien op een traject dat de cliënt van A tot Z – langs organisaties – moet doorlopen. Het werkproces dat met elkaar is afgesproken op ISO testen. Vanaf de eerste melding bij bijvoorbeeld de huisarts tot wat er nodig is om veiligheid voor de cliënt of het systeem te creëren. Ik zie frustratie bij ervaren professionals die in hun werk belemmerd worden door protocollen en privacywetgeving. Er moet een evenwicht zijn tussen het mogen gebruiken van gezond verstand en het volgen van protocollen. Ik ga uit van de kracht van de deskundige medewerker." 

Persoonlijke drijfveer
Over de vraag waar zij wel eens wakker van ligt hoeft Lian niet lang na te denken: “Ook al volgen alle organisaties de eigen veiligheidsprotocollen, dan nog kan het fout gaan. Denk aan een kind dat overlijdt door mishandeling door een ouder, terwijl meerdere organisaties bij het gezin betrokken waren die allemaal volgens het geldende beleid hebben gewerkt.” Als persoonlijke drijfveer noemt Lian dat alle kinderen de kans moeten krijgen om gezond en veilig op te groeien. Tom sluit hierbij aan: “Iedereen heeft recht op een veilige thuissituatie. Het is onze verantwoordelijkheid om, samen met de ketenpartners en mensen die dichtbij de gezinnen staan, acute of structurele onveiligheid in afhankelijkheidsrelaties te stoppen."

Ik zoek hulp

Deel deze website: