Sluit website direct

menu

Iva Bicanic over victim blaming: “De schuldcomponent speelt een grote rol bij seksueel geweld."

Terug

Iva Bicanic over victim blaming: “De schuldcomponent speelt een grote rol bij seksueel geweld. Niet alleen schuldgevoelens van het slachtoffer naar zichzelf, maar ook het neerleggen van de schuld door de pleger, de maatschappij en soms zelfs de betrokken professional bij het slachtoffer.”

Iva Bicanic is naast onderzoeker, klinisch psycholoog en EMDR-therapeut, hoofd van het Landelijk Psychotraumacentrum van het UMC Utrecht, en Raad van Bestuur van het Landelijk Centrum Seksueel Geweld. Iva is gespecialiseerd in de behandeling van jonge slachtoffers van seksueel misbruik en is in die hoedanigheid ook regelmatig te zien in de media.

Succes Centrum Seksueel Geweld
Bij het Centrum Seksueel Geweld (CSG - waaronder CSG West- en Midden-Brabant) werkt een team van artsen, verpleegkundigen, politie, Veilig Thuis en hulpverleners samen om de juiste zorg te kunnen geven. Anne Limpens, coördinator aanpak seksueel geweld bij Veilig Thuis Midden-Brabant, spreekt met Iva Bicanic en stelt Iva de vraag wat volgens haar het succes is van het CSG. Iva is hier duidelijk over: “De succesfactor is geweest dat het centrum is opgezet door 16 kartrekkers in de verschillende regio’s die allen een grote betrokkenheid en wil hadden om het anders te gaan doen. Zij wilden echt multidisciplinair gaan samenwerken in hun regio’s en uitdragen dat het heel belangrijk is om seksueel geweld snel te melden.” Als binnen zeven dagen hulp wordt gezocht bij het CSG, liefst zelfs binnen 72 uur, kan een slachtoffer het beste geholpen worden. Binnen deze tijd is er een betere kans op psychisch herstel, op het voorkomen van zwangerschap en geslachtsziekten en op het veiligstellen van sporen. Dit laatste maakt de kans om de pleger te vinden groter.

Iva vervolgt: “Het CSG is opgebouwd vanaf de werkvloer en niet van bovenaf in Den Haag bedacht. Vanaf de werkvloer werd gezien dat er iets miste en dat de zorg versnipperd was. Tot de oprichting van het centrum bestond in Nederland namelijk niet iets dergelijks voor mensen die kortgeleden een aanranding of verkrachting hadden meegemaakt. Het idee is overgenomen vanuit Scandinavië. Het CSG in Utrecht is in 2012 opgericht als eerste centrum van de in totaal 16 centra. Met de komst van het centrum hoeven slachtoffers niet meer naar verschillende plekken voor hulp of overal weer hetzelfde verhaal te vertellen.”

Verdiepen in seksueel geweld
“Het thema seksueel geweld moet keer op keer op tafel blijven komen om mensen er alert op te houden. Het is namelijk een onderwerp dat liever onder de tafel gehouden wordt”, noemt Iva. “De coördinatoren van de CGS’s zorgen er in hun regio voor dat het onder de aandacht blijft en ik doe dit op landelijk niveau.” Professionals vinden het vaak nog moeilijk om seksueel geweld bespreekbaar te maken. Iva merkt op: “Er wordt veelal gebruik gemaakt van signalenlijstjes. Dat is echt niet toereikend. Om het goed te snappen zal de professional zich moeten verdiepen in de dynamiek van seksueel misbruik. Hoe het werkt in een gezin. Hoe het kan dat een misbruikt kind de pleger uit de familie toch kan missen. Wees nieuwsgierig en lees hier educatieve boeken en romans over zodat je snapt hoe het kan dat het doorwerkt in de volgende generaties in een familie. Wat het doet met een slachtoffer op langere termijn. Dat er schuld, schaamte, eenzaamheid en dubbele gevoelens bij komen kijken.”

Victim blaming
Wanneer we horen over zoiets afschuwelijks als een verkrachting, willen we niets liever dan ons zelf veilig voelen. We willen geloven dat iets om een reden gebeurt, dan krijgen we er controle over. Als het slachtoffer nou zelf iets heel doms doet, maakt dat het makkelijker voor mensen. Iva beaamt: “Helaas komen veel mensen die slachtoffer zijn van seksueel geweld nog niet bij het CSG terecht. Een van de redenen hiervoor is dat slachtoffers van seksueel geweld zichzelf er vaak de schuld van geven. Ook plegers geven hen de schuld, evenals de maatschappij en soms gebeurt victim blaming zelfs door hulpverleners.” Iva pleit ervoor dat hier binnen organisaties aandacht voor is: “Hier kan alleen verbetering in komen als dit probleem door kleine groepen aangepakt wordt. Mensen moeten zich er bewust van zijn dat ze zich aan victim blaming schuldig maken.” Naast victim blaming noemt Iva het van belang om stereotype beeldvorming aan te pakken, zoals die van de kinderlokker, en kinderen al vroeg te leren wat seksueel misbruik is.

Eén landelijke entree
Over een aantal jaren zou Iva het liefst één landelijke entree zien met het CSG als herkenbare naam voor alle slachtoffers van seksueel geweld, ook als er sprake is van een vermoeden. Iva: “Achter deze entree wordt dan door (forensisch) artsen, politie, Veilig Thuis en hulpverleners samengewerkt. Door hen wordt de triage gedaan om te kijken wat er direct nodig is en wat daarna. Hieruit volgt een advies voor de regio waar de hulp wordt opgepakt. Het advies moet gebaseerd zijn op wetenschap en richtlijnen. Ik pleit daarnaast echt voor differentiatie. Wel een multidisciplinaire aanpak maar niet seksueel geweld en huiselijk geweld ‘op een hoop gooien’. Het komt voor dat een hulpvraag van een slachtoffer van seksueel geweld eerst bij een niet-deskundige medewerker in het lokale veld blijft en dat deze na een tijdje zelf proberen pas gaat opschalen. Dit maakt dat slachtoffers minder vertrouwen krijgen en moedeloos worden. Hulp bieden aan slachtoffers van seksueel geweld betekent meer dan een luisterend oor en erkenning geven. De hulpverlening dient een goede kennis te hebben van medische, psychische en relationele gevolgen en de cliënt realistische hoop te geven. Gelukkig gaat dit in een aantal regio’s al heel goed.”

Drijfveer
Iva is al vanaf het begin van haar loopbaan gefascineerd door het onderwerp seksueel geweld mede omdat het een onderwerp is waar veel mensen niet graag over praten. Als grootste drijfveer noemt ze echter de gesprekken die ze heeft in haar spreekkamer. Iva is heel zichtbaar en blijft aan bomen schudden omdat het een onderwerp is dat niet zal verdwijnen. Er zijn sinds een aantal jaren ook nieuwe vormen zoals online seksueel geweld. Iva vertelt: “Dit baart me erge zorgen, ook vanwege de psychische impact en risico op herhaling. Om kinderen vroeg bewust te maken is het nodig het onderwerp al in groep 1 en 2 op school te bespreken. En bij programma’s voor kinderen zoals bij Zapp. Er is vaak nog onvoldoende kennis onder leerkrachten over de normale seksuele ontwikkeling van kinderen en alles wat daarbij komt kijken. Als deze kennis ontbreekt is het niet makkelijk om de zorgelijke signalen te plaatsen. Daarnaast is het van belang kinderen die seksueel geweld en huiselijk geweld hebben meegemaakt goed te blijven monitoren als ze opgroeien.”

“Eigenlijk zou iedereen het nummer van het CSG in de mobiele telefoon moeten hebben staan, professionals en burgers”, vindt Iva. “Het kan namelijk iedereen overkomen.”

  • Telefoonnummer CSG: 0800-0188




 

 

Ik zoek hulp

Deel deze website: