Sluit website direct

menu

De casus van ... Sunny

Terug

"Veilig Thuis Midden-Brabant ontvangt een zorgmelding vanuit politie en een betrokken hulpverlener over een gezin. Er worden zorgen gemeld over huiselijk geweld tussen partners, waarbij bedreigingen en fysieke agressie hebben plaatsgevonden."

Het betreft een gezin met een vader, moeder en twee kinderen van 10 en 13 jaar. In de melding komt naar voren dat de kinderen getuige zijn geweest van het huiselijk geweld tussen hun ouders.

Ik, als betrokken casemanager van de afdeling Backoffice, neem alle informatie die wordt beschreven in de zorgmelding goed door. Hieruit blijkt dat moeder met de twee kinderen is vertrokken uit de woning en naar een veilige plek is gegaan binnen haar sociaal netwerk, namelijk haar zus. Ook wordt aangegeven dat moeder wil scheiden van haar partner, de vader van hun kinderen.
Dit geeft mij wat ruimte en tijd om de melding  voor te bespreken met onze gedragswetenschapper en een plan van aanpak op te stellen.

Tijdens het opstellen van het plan van aanpak komen er vraagstellingen naar voren, waaronder: Is vader op de hoogte van waar moeder en hun kinderen verblijven? Is het dan nog wel veilig? Zal vader de wens van moeder om te scheiden gaan accepteren? Zijn er bepaalde geloofsovertuigingen aanwezig, wat scheiden lastiger maakt? Zijn er veiligheidsrisico’s verbonden aan het uit elkaar gaan van ouders, mogelijk door familieleden? En is er aangifte gedaan?

Dit zijn o.a. de onderzoeksvragen waarop ik als casemanager graag antwoorden op wil verkrijgen om de veiligheid van alle directbetrokkenen te kunnen gaan waarborgen, op dit moment, maar ook voor op langere termijn.

Ik besluit om eerst contact te leggen met de betrokken hulpverlener, tevens melder bij Veilig Thuis. Veilig Thuis is bevoegd om contact te leggen met de melder, voorafgaand aan het contact met de directbetrokkenen. Op deze manier kunnen we aanvullende informatie en/of vragen helder krijgen over de gemelde situatie.
Hieruit verneem ik dat de betrokken hulpverlener moeder heeft begeleid naar Toegang Tilburg betreft haar vragen rondom een andere woning. Dat is goed om te horen. Vanuit de hulpverlener ontvang ik informatie over de huidige situatie. Vader zou telefonisch contact blijven zoeken met moeder. Dit contact verloopt niet altijd positief. Verder wordt duidelijk dat de betrokken hulpverlener haar betrokkenheid in het gezin afsluit vanwege privéomstandigheden. Voor het gezin natuurlijk erg jammer. Wel blijkt dat Stichting MEE betrokken is bij de vader van het gezin. Stichting MEE zal meedenken en beslissen betreft vervolg hulpinzet voor vader. Fijn dat er extra ogen zijn in het gezin.

Daarna neem ik contact op met de moeder. Moeder laat weten nog steeds in de woning van haar zus te verblijven met de kinderen. De vader is op de hoogte van de plek waar moeder en kinderen verblijven. Vader zoekt dagelijks contact met moeder via de telefoon. Moeder spreekt haar angsten uit over het volgens haar onvoorspelbare gedrag van vader. Vader wil zijn kinderen zien maar volgens moeder willen de kinderen dit nu nog niet.
Moeder geeft aan te willen scheiden van haar man. Geloofsovertuigingen en eventuele veiligheidsrisco’s zijn niet van toepassing. Moeder uit wel haar angst om vader te informeren over haar wens om te scheiden. Moeder zegt bang te zijn voor het mogelijke geweld dat vader zal tonen bij het horen hiervan.

Daarnaast wil ik graag de kinderen spreken. Met moeder spreek ik een tijd en datum af. Gezien het een schoolvakantie betreft, vindt het gesprek plaats op kantoor van Veilig Thuis.
Ik informeer vader ook over de gesprekken met de kinderen.

Kinderen geven bij binnenkomst duidelijk aan gezamenlijk in gesprek te willen en niet apart. Als casemanager zijn dit belangrijke punten om mee te nemen in het creëren van een veilige gesprekssetting. De kinderen uiten in het gesprek al snel dat zij diverse keren gezien en gehoord hebben dat hun ouders ruzie maken, zowel verbaal als fysiek. Het ene kind drukt een kussen op het hoofd, om het niet te horen, het andere kind blijft op de wacht staan, luisteren of het niet verder uit de hand loopt. De kinderen lijken het moeilijk te vinden om over het contact met vader te spreken. Bij doorvragen blijkt dat de kinderen het contact met vader als prettig en fijn ervaren, maar vragen zich af hoe lastig dat is voor hun moeder, die gekwetst is door hun vader.
Het ene kind is hier erg emotioneel onder en het andere kind lijkt de spanningen een beetje weg te lachen.
Het samenzijn doet hen goed merk ik, ze kijken elkaar diverse keren aan, stimuleren de ander om te spreken en troosten elkaar. Mogelijk was er minder informatie naar voren gekomen als de kinderen tegen hun wens in apart in gesprek hadden gemoeten. Ik kijk en luister dan ook altijd naar de wens en behoeften van het kind. Kinderen zijn kwetsbaar in deze moeilijke periodes waarin ze zich klem voelen zitten tussen hun ouders, van wie ze beiden veel houden. We spreken dan van een loyaliteitsconflict.

Na het gesprek met moeder en de kinderen neem ik contact op met vader. Vader ziet de situatie geheel anders dan moeder. Vader bevestigt dat er woorden zijn gevallen tussen hen als ouders, maar dit waren geen ruzies met verbaal en fysiek geweld geeft hij aan. Vader benoemt ook dat de kinderen niet in directe nabijheid aanwezig waren, wat maakte dat de kinderen er volgens vader dus ook niks van hebben meegekregen. Vader begrijpt niet waarom moeder en de kinderen zijn weggegaan. Vader wil antwoorden van moeder. Ik spreek met vader af dat hij geen contact meer zoekt met moeder om rust te brengen in de situatie.

In mijn werk als casemanager die de zorgmeldingen verder onderzoekt door o.a. gesprekken met de ouders/gezinsleden, merk ik vaak dat de ouders de impact van huiselijk geweld op de kinderen niet begrijpen of inzien. De ouders vertellen o.a. : ‘De kinderen hebben er geen last van want ze lagen te slapen’, of ‘De kinderen waren boven aan het spelen met muziek op’.
Als casemanager probeer ik de impact van het huiselijk geweld tussen ouders op de kinderen uit te leggen. Ouders voelen zich vaak schuldig t.o.v. hun kinderen als het besef binnenkomt wat deze impact op hun kinderen daadwerkelijk is. Andere ouders komen aan het proces van beseffen nog niet toe tijdens mijn betrokkenheid. Hiervoor is dan meer en een langere tijd nodig.

Nadat ik de directbetrokkenen en Stichting MEE heb gehoord, hun behoeften, wensen en mogelijkheden heb beluisterd, stem ik opnieuw af met onze gedragswetenschapper. We besluiten om een veilige setting binnen het Zorg- en Veiligheidshuis te creëren waarbij we zowel vader als moeder, Stichting MEE en de betrokken hulpverlener uitnodigen. Dit gesprek heeft als doel dat ouders hun wens en behoeften uitspreken over het vervolg van hun relatie en om (veiligheids-)afspraken te maken in het belang van hun kinderen.
Om moeder nog verder gerust te stellen wordt ook de politie op de hoogte gebracht van het gesprek. Wanneer er een mogelijkheid bestaat dat het gesprek onveiligheid teweeg brengt, ondersteunt de politie Veilig Thuis hierin.

Ik licht moeder in over het gesprek dat ik wil gaan organiseren. Moeder uit het spannend te vinden, maar benoemt ook dat deze stap nodig is om verder te kunnen, voor zichzelf en voor hun kinderen.
Er wordt een datum geprikt en de uitnodigingen zijn verstuurd.

Enkele dagen later neemt moeder contact met mij op. Moeder benoemt het gesprek nog niet aan te durven. Moeder heeft meer tijd nodig. Ik besluit om het gesprek een week te verplaatsen zodat moeder zich gehoord en gesteund voelt. Dit is ook mogelijk gezien de situatie tussen ouders rustig is gebleven. Uit onderzoek blijkt dat vader niet naar het adres is gegaan waar moeder en kinderen verblijven en dat het contact dat plaatsvindt tussen de kinderen en hun vader positief verloopt.

Naarmate de datum van het gesprek dichterbij komt ontvang ik weer een telefoontje van moeder. Moeder geeft aan het gesprek nog steeds niet aan te kunnen, moeder is bang voor de confrontatie met vader en zijn mogelijke beïnvloeding. Moeder lijkt de persoonlijke verwerking van haar besluit en de redenen om te scheiden nog niet zelf te accepteren. Ik spreek dit naar moeder uit en zij bevestigt dit. Haar persoonlijke verwerkingsproces is nog niet zover om deze definitieve stappen, zoals ze voor moeder aanvoelen, te nemen. Ik bedank moeder voor haar oprechtheid. Als moeder dit niet had aangegeven waren we mogelijk over haar persoonlijke grenzen heen gegaan door het te gaan forceren. Dit had wellicht tot een onveilige situatie geleid. Soms kan het echter niet anders en zijn deze partnergesprekken enorm van belang en noodzakelijk. In deze casus kon ik besluiten om het partnergesprek vervolgens te gaan beleggen bij Stichting MEE, de organisatie waar zowel moeder als vader vertrouwen in hebben geuit. Het belangrijkste is dat er geen onveilige situaties meer hebben plaatsgevonden sinds moeder en de kinderen apart zijn gaan wonen van vader.  

Ondanks dat het gesprek nu wordt belegd bij de betrokken hulpverlener dienen vanuit Veilig Thuis wel veiligheidsvoorwaarden en veiligheidsafspraken worden opgesteld. Deze taak ligt bij mij als casemanager. Uit onze betrokkenheid is ook gebleken dat er meer hulp nodig is. Denkend aan hulp gericht op de verwerking van de gebeurtenissen bij de kinderen en het vormgeven van ouderschap rondom het scheidingsproces. Hiervoor vraagt Veilig Thuis de inzet vanuit Toegang Tilburg.

Met de gestelde veiligheidsvoorwaarden en de overdracht aan de Toegang Tilburg eindigt mijn betrokkenheid als casemanager van de afdeling Backoffice. Mijn collega’s van Team Monitoring volgen de casus voor langere termijn, om zicht te krijgen hoe de casus loopt bij Toegang Tilburg en of door ouders wordt voldaan aan de veiligheidsvoorwaarden en veiligheidsafspraken.

 

 

 



 

Ik zoek hulp

Deel deze website: