menu

De casus van Anouk Minnebach, coördinator aanpak seksueel geweld

Terug

Doen wat nodig is
De casus van Anouk Minnebach, coördinator aanpak seksueel geweld

Op mijn bureau belandt een zorgmelding van de politie. Het heeft te maken met seksuele handelingen. En met de 7-jarige Sam. De ouders van Sam hebben besloten om geen aangifte te doen tegen hun buurman. Dat maakt contact lastig, maar ik zet door omdat ik de omgeving wil beschermen en de man wil helpen.

Zoals gewoonlijk wordt de zorgmelding besproken in ons Routeeroverleg (in 2019 zal dit overleg een andere vorm krijgen). Dit is een dagelijks overleg waarin de zorgmeldingen van de politie, na een check op bekendheid bij ketenpartners, worden besproken en getriageerd. In dit geval van Sam wordt de melding overgedragen aan Sterk Huis om in contact te komen met de ouders van Sam om een passend hulpaanbod te doen en na te gaan of er veiligheidsafspraken nodig zijn. Daarnaast word ik als coördinator aanpak seksueel geweld geïnformeerd om te kijken wat ik kan doen om de man verder te helpen.

In contact
Omdat er geen aangifte ligt, enkel een melding, zet de politie geen verdere actie uit en deelt de politie ook geen gegevens met Veilig Thuis. Omdat ik wel graag in contact kom met de man om zicht te krijgen op zowel zijn veiligheid als die van zijn omgeving, heb ik allereerst bij de politie in het Zorg- en Veiligheidshuis nagevraagd of zij weten of er een confrontatie met deze meneer is geweest. Het blijkt inderdaad dat de vader van Sam de betreffende ‘buurman’ heeft geconfronteerd en hem de toegang tot zijn gezin heeft ontzegd. Dit zegt mij dat de man in ieder geval op de hoogte is van de beschuldiging aan zijn adres.
Ik heb vervolgens een verzoek weggelegd bij de politie, afdeling zeden, of zij de wijkagenten konden vragen met de man in gesprek te gaan. Op die manier kan de politie mij introduceren. De wijkagenten zijn hierop onaangekondigd op huisbezoek gegaan bij de man. Zij hebben de zorgen besproken. Ik heb gelijktijdig anoniem de casus voorbesproken met de Forensische GGZ.

Een open houding
Na het huisbezoek vertelden de wijkagenten mij dat de man een open houding had. Ik heb er daarom voor gekozen om telefonisch contact met de man te zoeken, in plaats van een face-to-face afspraak te plannen, wat normaal meer passend is. De man gaf aan al te worstelen met zijn seksuele voorkeur sinds zijn pubertijd, erg eenzaam is en open staat voor hulpverlening. Ook heb ik vragen gesteld over zijn welzijn en eventuele suïcidegevaar, of hij een steunend netwerk heeft en of hij zicht heeft eventuele onrust in zijn omgeving.

Richting behandeling
Uiteindelijk heb ik de man, mede op verzoek van hemzelf, in een brief de afspraken gestuurd over hoe de correcte verwijzing te regelen bij zijn huisarts. Daarnaast heb ik daarin verwezen naar de website www.stopitnow.nl en hun telefoonnummer, mocht de man (of zijn netwerk) in de tussentijd anoniem met iemand willen spreken. Volgens afspraak heb ik de gegevens van de man gedeeld met de Forensische GGZ, zodat zij outreachend contact met hem kunnen leggen om het behandeltraject op te starten. Tot aan de daadwerkelijke start van het traject heb ik tussentijds telefonisch contact onderhouden.

Zorg als gemene deler
Voor mij persoonlijk was het traject tot behandeling van de buurman van Sam succesvol omdat we door de gemene deler ‘zorg voor deze man’ samenwerkten met vele disciplines: de zedenpolitie, de wijkagenten, de GGZ, Veilig Thuis en, niet op de laatste plaats, de man zelf. Daarnaast heb ik voor mijn gevoel echt iets kunnen bijdragen aan het leven van de man. Hij gaf aan al vele jaren eenzaam te worstelen met zijn seksuele gevoelens. Nu krijgt hij eindelijk een passende behandeling, wat zowel hem zelf als zijn omgeving beschermt. De kans op recidive verkleint aanzienlijk door deze aanpak. Ik ben trots dat ik hier mijn steentje aan heb mogen bijdragen.

Ik zoek hulp

Deel deze website: